Het parket van Limburg voert met onmiddellijke ingang een vernieuwde richtlijn in voor de aanpak van drugsbezit. Met die nieuwe aanpak wil justitie een duidelijk maatschappelijk signaal geven: het bezit van illegale drugs blijft strafbaar en mag niet verder genormaliseerd worden. Daarbij wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen verschillende soorten illegale middelen, zoals cannabis, lachgas of andere drugs. Daarnaast is er oog voor begeleiding.
Volgens het parket sluit het beleid aan bij de evolutie in de samenleving, waar drugsgebruik steeds vaker als onschuldig of vanzelfsprekend wordt beschouwd. Justitie wil dat beeld bijsturen en benadrukt dat elk drugsgebruik risico’s inhoudt, zowel voor de gezondheid als voor de veiligheid in het verkeer, het gezin en op de werkvloer. Een kernpunt van het nieuwe beleid is een snelle en zichtbare reactie bij vaststellingen van drugsbezit. Door onmiddellijk op te treden, wil het parket vermijden dat experimenteel gebruik uitgroeit tot problematisch gebruik of verslaving. Tegelijk wordt sterk ingezet op preventie en begeleiding. Wie betrapt wordt, krijgt niet alleen een justitieel gevolg, maar ook informatie over hulpverlening en, waar mogelijk, een gerichte doorverwijzing. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar minderjarigen en jongvolwassenen tot en met 23 jaar. Deze groep is volgens justitie kwetsbaarder voor de schadelijke effecten van drugsgebruik, zoals mentale gezondheidsproblemen, psychoses en school- of werkuitval. Tegelijk zijn jongeren gevoeliger voor begeleiding en gedragsverandering, waardoor vroeg ingrijpen bijzonder effectief kan zijn. Bij vaststellingen binnen deze leeftijdsgroep ligt de nadruk in de eerste plaats op begeleiding en hulpverlening. Dat traject is vrijwillig, maar niet vrijblijvend: wie actief meewerkt, kan verdere justitiële gevolgen vermijden. Ouders van minderjarige gebruikers worden bovendien actief betrokken en ondersteund.
Onmiddellijke boete
Een belangrijke verandering is de uitbreiding van het systeem van de Onmiddellijke Minnelijke Schikking, of OMS. Tot nu toe werd die onmiddellijke boete vooral toegepast tijdens festivals en specifieke politieacties. Vanaf 1 januari 2026 geldt dit beleid voor alle meerderjarigen vanaf 24 jaar. Wie in Limburg betrapt wordt met drugs op de openbare weg of op een publiek toegankelijke plaats, krijgt meteen een boete opgelegd. Procureur des Konings Frank Bleyen benadrukt dat drugsbezit altijd een gevolg zal hebben. Tegelijk onderstreept hij dat niemand wordt losgelaten: elke vaststelling gaat gepaard met informatie over hulpverlening. Wie blijft volharden, riskeert vervolging voor de rechtbank en een strafblad. Met de vernieuwde richtlijn wil het parket een evenwicht bewaren tussen handhaving en zorg. Drugsbezit wordt niet getolereerd, maar justitie kiest er bewust voor om mensen zo vroeg mogelijk naar de juiste hulpverlening toe te leiden. Ook hulpverleningsorganisatie Integra Limburg is nauw betrokken bij de aanpak. Voor meerderjarigen voorziet Integra een laagdrempelig en gericht hulpaanbod, in nauwe samenwerking met politie en justitie. “Door duidelijke afspraken en gedeelde verantwoordelijkheid moet bestraffing hand in hand gaan met preventie en zorg”, besluit Frank Bleyen.
















