Het is niet de eerste keer dat Limburg bij de verdeling van “de pot” in Brussel een pak minder krijgt dan waar het recht op heeft of meent te hebben.

Dat is al decennia zo voor de spoorwegen, dat is al net zo lang voor wat de cultuurgelden en openbare werken en nu is het niet anders wanneer de coronatests moeten uitgevoerd worden in de woonzorgcentra. Van de 85 gelukkigen bij de loterij, komen er amper 12 uit Limburg, oftewel 14 procent. En dat terwijl de Limburgers, toch 13 procent van de Vlamingen, de grootste coronalast van het land dragen.

Maar eerst even de cijfers
Er stierven weer 14 mensen in de Limburgse ziekenhuizen. Jessa in Hasselt telt nu 57 overlijdens (+6), Sint-Trudo in Sint-Truiden n50 (+1), Sint-Franciscus in Heusden-Zolder 27 (+2), ZOL in Genk 21 (+2), Maas en Kempen in Maaseik 14 (+1), Vesalius in Tongeren 13 (+1) en van het Mariaziekenhuis in Pelt zijn er al sedert donderdag geen cijfers beschikbaar en daar stond de teller toen op 12. Er werden ook 50 patiënten genezen verklaard en, zij verlieten de ziekenhuizen, wat het totaal in Limburg op 491 brengt.

12 gelukkigen in Limburg
In totaal werden 85 WZC’s geselecteerd om te beginnen met het testen van bewoners en personeel. Van die 85 liggen er 12 in Limburg. Die 85 bestaan uit 55 WZC’s  waar men te kampen heeft met een hoger aandeel bewoners en/of personeel met COVID-19-ziekteklachten en daar worden bewoners en personeelsleden getest. 8 Limburgse WZC’s vallen hier onder. Dan zijn er nog 30 willekeurig gekozen centra waar de aanwezige bewoners zullen worden getest, om na te gaan of er onzichtbare verspreiding is bij bewoners zonder ziekteklachten. En hier vielen vier Limburgse WZC’s bij de geteste instellingen. In totaal dus 12 centra op de 85, nauwelijks één op de tien. Even ter herinnering: het aantal besmettingen per 10.000 inwoners bedraagt voor Limburg 32, voor West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant 21, voor Oost-Vlaanderen 18 en voor Antwerpen 16. De volgende WZC’s werden in Limburg aangeduid: Serrenhof en Triamant in Sint-Truiden en verder drie centra in Hasselt en telkens één in Hoeselt, Beringen, Leopoldsburg, Oudsbergen, Neeroeteren, Dilsen-Stokkem en Voeren.