Na de nipte overwinning van afgelopen zondag tegen Hubo (26-24) in de Trudo Sporthal, staat Handbal Sint-Truiden vanavond opnieuw tegenover dezelfde tegenstander. Dit keer in de achtste finales van de Beker van België, en dat in de Alverberg in Hasselt. Speelster Karen Macours blikt terug op de spannende derby van zondag en kijkt vooruit naar de cruciale bekerwedstrijd van vanavond.

  • Foto © rdc

“Het was zeker een heel spannende wedstrijd,” vertelt Karen Macours over het duel van zondag, waarin Sint-Truiden met 26-24 won van Hubo. “We wisten op voorhand dat het een derby was, dus dat het op het scherpst van de snee zou zijn.” Sint-Truiden begon sterk, bouwde snel een voorsprong op en ging met vier à vijf doelpunten verschil rusten. “We konden dat eigenlijk goed vasthouden in de tweede helft,” zegt Macours. Toch kwam Hubo nog gevaarlijk terug. “Op een gegeven moment maakte de scheidsrechter beslissingen die niet in ons voordeel waren. We misten ook wat open kansen, waardoor ze konden terugkomen, zelfs gelijkkomen.” Uiteindelijk trok Sint-Truiden nipt aan het langste eind. “Ik denk dat we over de hele wedstrijd wel het gevoel hadden dat we de betere ploeg waren,” besluit Macours.

Achtste finales: erop of eronder?

Vanavond wacht de volgende uitdaging: opnieuw Hubo, maar dit keer in Hasselt. “Altijd spannend om in de Alverberg te spelen,” zegt Macours. “Het zijn misschien wel de twee beste ploegen van de competitie, en jammer genoeg treffen we elkaar al in de achtste finale. De ploeg die verliest, ligt er meteen uit. Dat is spijtig, ook voor het handbal zelf.” Over de voorbereiding en de ploeg is Macours nuchter. “Ik ben zelf nog niet helemaal hersteld van een elleboogblessure, maar Kato De Backer, die is overgekomen van handbalclub Uylenspiegel, neemt mijn positie uitstekend in. Voor de rest is iedereen fit en kunnen we rekenen op een solide basisopstelling. De jongeren grijpen hun kansen wanneer ze kunnen, wat mooi is om te zien.”

De afworp in de sporthal Alverberg in Hasselt is vanavond om 20 uur. “Het gaat vechten zijn tot het einde,” besluit Macours. “We weten dat het erop of eronder is. Maar we zijn er klaar voor.”