De sanering van het vervuilde stort van Melveren in Sint-Truiden zit in de laatste rechte lijn. Het Agentschap Natuur en Bos (ANB) vraagt een uitgebreid milieu-effectenrapport om de gevolgen van de geplande werken voor de aanwezige natuur te onderzoeken. Daarna – ten vroegste eind 2027 – kan het project worden opgestart. Voor het stadsbestuur van Sint-Truiden had het allemaal wat sneller gemogen.

Over een zaak zijn alle actoren het eens. Er komt een gezonde bodem en een waardevolle natuurzone waar nu het oude stort van Melveren zich bevindt. Het stadsbestuur van Sint-Truiden wil de vervuilde site aanpakken maar botst nu op een bijkomend natuuronderzoek. Dat betekent dat ten vroegste in het najaar van 2027 een aannemer kan worden aangesteld. Het stort van Melveren werd in 1958 in gebruik genomen en sloot eind jaren tachtig de deuren. De zeven hectare grote site, die zich aan weerszijden van de N718 uitstrekt, werd voornamelijk gebruikt voor huishoudelijk afval. Door gebrekkige controle kwam er echter ook gevaarlijk afval terecht. De bodem en het grondwater raakten onder meer met PFAS vervuild. De stad wil het terrein saneren door de vervuilde bodem af te dekken met een speciale folie en daarboven een nieuwe grondlaag van ongeveer één meter aan te brengen. Daarvoor moet de bestaande begroeiing verdwijnen. De plannen kregen eerder groen licht van de Vlaamse afvalstoffenmaatschappij OVAM, maar de bijkomende eisen van het ANB zetten de voorbereiding opnieuw op de rem.

Waardevolle natuur

Volgens dat Agentschap volstaat de beschikbare informatie niet om de gevolgen van de ontbossing correct in te schatten. Een volledig project-MER moet duidelijk maken welke impact de werken hebben op de aanwezige fauna en flora. ANB benadrukt dat ook een voormalige stortplaats zich tot een waardevol natuurgebied kan ontwikkelen. Op het terrein is intussen een gevarieerde begroeiing ontstaan met bomen, struiken en open plekken. Die kunnen een leefgebied vormen voor onder meer vogels, vleermuizen en andere beschermde diersoorten. Zonder bijkomend onderzoek kan het agentschap niet uitsluiten dat de geplande ingrepen aanzienlijke milieueffecten veroorzaken.

Tijdverlies

Het stadsbestuur begrijpt de bezorgdheid over de natuur, maar vindt het jammer dat de bijkomende onderzoeken nu pas worden gevraagd. De stad had haar voorbereiding afgestemd op de eerdere beoordeling van de Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij OVAM en hoopte in oktober de omgevingsvergunning voor de ontbossing in te dienen. “De ambitie blijft om na de sanering de natuur op de volledige site te herstellen en het gebied om te vormen tot een toegankelijk landschapspark.” Volgens het stadsbestuur dienen zowel de sanering als de latere natuurontwikkeling hetzelfde doel. De nieuwe onderzoekseisen betekenen volgens de stad vooral extra werk, kosten en mogelijk een jaar vertraging. OVAM reageert sussend: “Omdat het om een wettelijke verplichting gaat waarop het stadsbestuur weinig vat heeft, zullen er geen sancties volgen als de afgesproken termijn niet wordt gehaald. en van zodra dat natuuronderzoek is afgerond, willen we opnieuw met de stad samenzitten om de verdere planning te bespreken.”

Intussen blijft Sint-Truiden aandringen op overleg om het dossier zo weinig mogelijk bijkomende vertraging te laten oplopen. De uiteindelijke ambitie blijft onveranderd: een historisch vervuilde plek saneren en een nieuwe toekomst geven als groene ruimte voor natuur en inwoners.