


Het verhaal van de Hoeve Missotten is typerend voor de manier waarop indertijd met het historisch erfgoed werd omgesprongen. In de weg, weg ermee, terwijl je nu 100 toestemmingen zou moeten verzamelen om een dakpan te verleggen. Maar de verbinding tussen Brussel en Luik was voor de industrie en de politiek van levensbelang.
Van woning van de schout tot baancafé
De winning werd gebouwd tussen 1766 en 1781 op het kruispunt van de twee wegen. De 
Café werd boerderij
In 1843 werd de hoeve eigendom van Antoine Modave, burgemeester van Heers en van zijn zuster Marie-Thérèse, gehuwd met Hendrik Henckaerts en zij werden er de eerste landbouwers. Die familie was ook de oudste pachter van de kasteelhoeve van Heers. Het goed werd een paar keer vererfd aan Lambert Henckaerts-Modave (1858), aan Antoine Missotten-Henckaerts (1875), aan Jos Missotten-Peeters (1898) en tenslotte aan Constant Missotten-Vanvinckenroye en zijn zoon Jozef Missotten-Lippens. Het was Constant die het goed aan Dr. Weyns, conservator van het Openluchtmuseum schonk. De stenen verhuisden wel naar Bokrijk, maar de namen als “Liebens Hoef”, “Gilissen Cabaret”, “Bij Modave” of “Bij Missotten” bleven in Heers.
Betaald in natura
Rond 1900 werkten er op deze vierkanthoeve 10 knechten. Men had 30 paarden, evenveel koeien en varkens en men bewerkte meer dan 100 ha akkerland. De inwonende knechten, meiden en herders waren nog jong, de allerjongsten ongeveer 10 jaar en ze traden meestal uit dienst net voor hun huwelijk. Ze werden grotendeels betaald in natura: voeding, onderdak, kleding… De bestbetaalde knecht was de paardenknecht die verantwoordelijk was voor de paarden en hun inzet regelde waar nodig bij het ploegen, transport met paard en kar of de koets om naar de mis te gaan. Paarden waren trouwens het kostbaarste bezit van een boerderij.
De schout was niet geliefd
Theodoor Jansis, de eerste bekende bewoner van Hoeve Missotten, was schout. Een schout was de lokale vervanger van de “heer” voor gerechtelijke en bestuurlijke zaken. Zijn taken konden nogal eens verschillen naargelang tijd en plaats. Hij stond ook in voor het innen van cijnzen of belastingen en toezien op de naleving van de wetten. Niet elk dorp had een schout: soms deed een schout meerdere dorpen in de omgeving aan. Als dienaar van de adel was het niet abnormaal die hij van de aardbodem verdween in een de tijd van de Franse Revolutie en overheersing hier, toen jacht gemaakt werd op adel en clerus als de profiteurs van het oude bestuur, het Ancien Régime.
Maar van alle 18de-eeuwse gebouwen die onder de sloophamer gingen ten koste van een goede verbinding tussen Brussel en Luik, is het wel Hoeve Missotten die, dankzij de alertheid van Constant Missotten, dr Weyns en Gouverneur Roppe, de beeldenstorm overleefde en een nieuw leven begon in Bokrijk.

























