Politiek was 150 jaar geleden een net zo scherp op de snee beoefende activiteit als vandaag. Maar je kon toen best een stukje liberaal zijn, met veel socialistische sympathieën en overtuigd flamingant en toch antiklerikaal. Meester Steven Prenau, in Aalst (bij Sint-Truiden) hebben ze het over “Prenoe” en de katholieke pers over Meester Pruim, een vertaling van Franse ‘pruneau’ dat akoestisch op Prenau lijkt, was zo’n kameleon, /moeilijk te vatten in één hokje.


Toen August Vermeylen in 1903 opkwam voor het gebruik van een taal van ‘eigen makelij’, reageerde Prenau in een artikel “De Zuivere Nederlandsche Taal” dat het dialect uit de school en de beschaving moest verdwijnen. Hij was trouwens een veelschrijver in allerlei kranten en tijdschriften waar hij onder het pseudoniem Steven Boersens schreef, want in de katholieke boerenbuiten was antiklerikaal Vlaamsgezind socialistisch liberalisme not done. Toen hij in 1910 naar Luik verhuisde viel die gêne en de schrik voor represailles weg en werd ‘Boersen’ terug Prenau en overtuigd socialist die ernaar streefde het socialisme in het katholieke Limburg te forceren.

Steven Prenau was een overtuigd vrijzinnig taalflamingant, een socialist die in 1907 het liberale Willemsfonds in Sint-Truiden oprichtte en de Truiense liberale kranten ‘De Vrije Burger’ en ‘De Truienaar’ opstartte. Tijdens de Eerste Wereldoorlog trad Prenau toe tot het activisme, de benaming voor het deel van de Vlaamse Beweging dat via de collaboratie met Duitsland een aantal Vlaamse grieven en zelfs Vlaamse onafhankelijkheid hoopte te verwezenlijken. In 1917 trad hij zelfs toe tot de Vlaamse Raad, een soort officieus Vlaams parlement dat tijdens de Eerste Wereldoorlog (op 4 februari 1917) door activisten opgericht werd. In november 1918 vluchtte hij naar Nederland. Hij werd in België bij verstek 
Een voorbeeld voor Vlaanderen: de school
Met de bouw van de gemeenteschool stelde Aalst een voorbeeld voor vele andere gemeenten die jaren later het concept overnamen. De hoofdonderwijzer woonde er in een heus herenhuis met daarnaast een modelschool in twee aparte klassenvleugels. De architect van het gebouw was academieleraar Fernand Moers van Sint-Truiden. In november 1904 stierf zijn vrouw Julia en in augustus 1905 hertrouwde Prenau met zijn 25-jarige schoonzus en hulponderwijzeres Jacqueline Mélot, een Truiense handelaarsdochter. Prenau oogstte in Sint-Truiden weinig applaus met zijn boerensocialisme en zijn ijver voor het staatsonderwijs. Tijdens de Provinciale Tentoonstelling in Sint-Truiden schopte hij zelfs keet door ongevraagd op de chique lunch te speechen in naam van de Limburgse pers. In de (katholieke) Stem van Haspengouw van toen lezen we: “Als niet komt tot iet, dan kent iet zijn eigen niet. Den hooghans die er kwam door boer en priester, versmaadt hen nu hoogmoedig” verwijzend naar de priester die de boerenzoon hielp bij het behalen van zijn diploma voor de Centrale Examenjury.

In die katholieke pers had men het ook steeds over de socialist Meester Pruim en de liberaal Boer Peten (van Velm). Ze had het over ‘Den opsteller van het modderblad De Truienaar”, “Het goddeloze schooldwergje” of “Officiëlen schoolvos”. Het kwam nog tot een, rechtszaak tussen Prenau en de gemeente Aalst omdat zijn vrouw-hulponderwijzeres de helft van het van het sjieke schoolhuis opeiste, maar hij moest verhuizen na een uitspraak van het vredegerecht. Katholiek Davidsfondsvoorzitter Theo Strauven werd hoofdonderwijzer in Aalst, tot groot genoegen van de “brave” Truiense pers van voor de Eerste Wereldoorlog. Zo valt alles toch weer in een plooi, ook in Aalst.





















