Er zijn nogal wat mensen die zich blauw ergeren aan de maanden “sport” op de televisie, een ganse zomer lang, begonnen met Wimbledon over het EK voetbal naar de Ronde van Frankrijk om uiteindelijk uit te monden in de Olympische Spelen. Voor de sportliefhebber een orgasme van begin juni tot half augustus, voor diegenen die niet zo vallen voor de sport een regelrechte nachtmerrie.
Als dessert van het zomersportmenu krijgen we de Olympische Spelen voor de kiezen. Om de vier jaar de hoogmis voor alle mogelijke sportlui die de rest van het jaar nog een WK, een EK, een BK hebben om te tonen dat er geen beter is dan zij. Maar waar komen die Olympische Spelen vandaan?
De eerste vierjaarlijkse Olympische Spelen
De eerste Olympische Spelen in 776 voor Christus bestonden slechts uit één onderdeel: een hardloopwedstrijd over 190 meter. Het evenement werd gehouden ter ere van de oppergod Zeus en was alleen toegankelijk voor mannen. Vanaf 720 voor Christus waren alle atleten verplicht om naakt deel te nemen aan de Spelen. Dit gebeurde niet alleen om het geslacht van de sporter te controleren, maar ook omdat de Grieken veel waardering op konden brengen voor 

Meer sporters, meer disciplines
Steeds meer atleten reisden af naar Olympia om in de naam van hun stad een lauwerkrans te winnen. Daarnaast werden er ook steeds meer nieuwe sporten toegevoegd aan de Spelen, waaronder worstelen, de vijfkamp, paardenrennen en boksen. Uiteindelijk nam de duur van het evenement dan ook toe van één naar vijf dagen, waarvan de laatste was gereserveerd voor een banket ter ere van Zeus.
In 393 na Christus maakte keizer Theodosius I echter alsnog een einde aan het evenement. Hij was namelijk een overtuigd christen en zag de Spelen ter ere van Zeus als een heidense traditie die verboden moest worden. De eerste officiële Olympische Spelen vonden daarna pas weer plaats in 1896 in Athene. Sindsdien worden ze iedere vier jaar in een ander land gehouden, waaronder in 1920 IN Antwerpen.
Baron Pierre de Coubertin

De Coubertin vond het een waardevol streven dat, net als bij de klassieke Spelen, alleen amateurs elkaar zouden bekampen. Dat sloot aan bij zijn filosofische ideeën over atletische competitie. Dat de ene atleet beter was dan de andere was immers geen verdienste op zich. ‘Zelfverbetering’ was de mooiste beloning die een atleet kon krijgen. Vandaar het olympisch adagium: citius, altius, fortius (sneller, hoger, sterker). De Coubertin bedoelde dat als individueel streven tot zelfverbetering en niet als streven om sneller, hoger en sterker te zijn dan de ander.
Geen amateurs
Dat de deelnemers aan de klassieke Olympische Spelen amateurs waren is een misvatting die tot eind jaren tachtig van de twintigste eeuw de moderne sportwereld zou splijten. Hoewel de atleten tijdens de klassieke Spelen in Olympia slechts lauwerkransen en medailles konden winnen, namen ze daarbuiten deel aan diverse andere spelen, waar ze hun bekendheid in klinkende munt konden omzetten. Dat geldt precies zo voor de (semi)professionele deelnemers aan de huidige Olympische Spelen. Trouwens in de 2800 jaar oude geschiedenis van de spelen waren het zelden amateurs die wonnen, maar enkel mensen die dag-in-dag-uit voor hun sport leefden en trainden, en betaald werden door een kapitaalkrachtige mecenas, een of andere sportdiscipline, het leger of de politiek.
Winterspelen en Paralympics



De olympische beweging gebruikt verscheidene symbolen, waarvan de meeste de ideeën en idealen van Pierre de Coubertin weergeven. Het bekendst is waarschijnlijk de olympische vlag met vijf geschakelde ringen van verschillende kleur op een witte achtergrond. De zes kleuren (wit, rood, blauw, groen, geel en zwart) werden gekozen omdat de vlag van elk land in de wereld minstens een van deze kleuren bevat. De vijf ringen staan voor de vijf werelddelen (volgens de klassieke telling). Ze zijn geschakeld om de eenheid van de continenten bij de bijeenkomst te benadrukken. De vlag werd als symbool aangenomen in 1914, en bij de zomerspelen van 1920 in Antwerpen voor het eerst gevoerd.

1916, 1940 en 1944 zagen geen Olympische Spelen, de reden was voor de hand liggend: de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Verder werden er nog tal van spelen geboycot door een of een groep landen, de laatste keren in 1980 (Moskou) door de westerse landen en in 1984 (Los Angeles) door de Oostbloklanden.

De Olympische Zomerspelen van 1920 waren de eerste Spelen na het einde van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). In totaal traden 29 landen aan op deze Olympische Zomerspelen. De verliezende landen in de oorlog, zoals Duitsland en Oostenrijk, werden dan weer uitgesloten 
De jongste medaillewinnaar was de 14-jarige Zweed Nils Skoglund die deelnam aan het hoogduiken. Zijn 72-jarige landgenoot Oscar Swahn was dan weer de oudste 
De openingsceremonie vond plaats op 14 augustus 1920 in het Olympisch (nu Beerschot) Stadion in de Antwerpse wijk het Kiel. In Antwerpen werd hierbij voor het eerst in de olympische geschiedenis de olympische vlag gehesen, werden er voor het eerst duiven vrijgelaten als symbool van vrede en legde voor het eerst een olympisch deelnemer, de Belg Victor Boin, de eed af.

















