Het Parc du Sud, tussen Luikersteenweg en Haspengouwlaan, een woonsite met een enorme bijklank sinds vorig jaar 25 gezinnen plots hun nieuwe appartementen moesten verlaten wegens … instortingsgevaar. Hier leverden twee vrouwen uit Sint-Truiden hun naam aan een straat.
We gaan hier niet het dispuut voeren tussen eigenaars en architecten, bouwheren, aannemers en promotoren. Dat is voer voor later. Wat we ons afvragen is wie er op die naam terechtgekomen is: Parc du Sud? En wat met de namen van de “residenties” op de vroegere betonfabriek van Champagne? Platanus, Salix, Fagus, Quercus, Latijnse namen voor bomen die ook in het Nederlands veel leuker klinken en makkelijker te onthouden zijn. Plataan, wilg, beuk en eik, wat was daar mis mee?
De vrij nieuwe site ligt op de vroegere bedrijfsterreinen van de Etablissements Champagne waar 250 mensen hun boterham verdienden met de fabricage van betonnen elektriciteitspalen, garageboxen, waterzuiveringsinstallaties en materialen voor de nutsvoorzieningen. Op 28 juli 1998, in volle bouwverlof, valt als een donderslag bij heldere hemel het verdict: Champagne vroeg een gerechtelijk akkoord aan omdat de bank de geldkraan dichtdraaide ondanks de niet zo slechte omzetcijfers. De 5,5 hectare tussen de Luikersteenweg en de Haspengouwlaan waren ideaal om er een woonwijk neer te poten, niet zomaar een woonwijk, een Parc du Sud met de meest geavanceerde bouwtechnieken en -materialen want ondertussen is het milieu bij bouwprojecten de bepalende factor geworden. En met alle mogelijke sjieke gemeenschapsfaciliteiten om een vakantiegevoel gestalte te geven. Het is op deze site dat twee Truinoskes, Truiense dames, hun naam mochten geven aan een nieuwe straat in 2015.
Aline Pieters, Miss Kodak


Geen heldhaftige daden in het oorlogsgewoel of grote invloed in kunst of politiek, neen Irène Raemaekers kreeg niet daarom een straatnaam cadeau. Irène werd geboren in Frécamp (Frankrijk, aan de Normandische kanaalkust nabij Le Havre) in december 1920 en ze was de eerste vrouwelijke ambtenaar van de stad. Ze stierf in 1974 in het ziekenhuis in Genk en schonk haar erfenis als ongehuwde dame aan een fonds voor studerende kinderen van het gemeentepersoneel.






















