Op Droneport in Sint-Truiden is een vernieuwde droneluchthaven voorgesteld die het mogelijk maakt dat drones volledig zelfstandig pakjes laden en lossen. Het systeem geldt als een belangrijke stap in de verdere automatisering van transport via drones en moet vooral toepassingen in gespecialiseerde sectoren versnellen.

De installatie kan momenteel door acht verschillende types autonome drones worden gebruikt om goederen op te pikken en af te leveren zonder menselijke tussenkomst ter plaatse. Het concept werd voorgesteld aan vertegenwoordigers uit onder meer defensie, industrie en de medische wereld. Het technologiebedrijf achter het project werkte de voorbije twee jaar verder aan de verfijning van een eerste prototype dat al in 2024 werd ontwikkeld. De werking van de droneluchthaven steunt op een geautomatiseerd laad- en koppelsysteem. Pakketten worden in een speciale unit geplaatst, waarna ze automatisch aan een drone worden bevestigd. Na controle door een piloot op afstand kan het toestel vertrekken naar een andere locatie met een gelijkaardige installatie, waar het pakket zelfstandig wordt afgeleverd en opgehaald.

Nuttig door snelheid

De technologie is in de eerste plaats ontworpen voor sectoren waar snelheid en precisie cruciaal zijn, zoals de gezondheidszorg, defensie en petrochemie. Een ziekenhuis in Vlaanderen gebruikt het systeem al twee jaar, terwijl ook een universitair ziekenhuis in Wallonië het binnenkort zal inzetten. De installatie zelf is ruim vier meter hoog en weegt ongeveer vijf en een halve ton, al is het nieuwste model aanzienlijk lichter dan de eerste versie. Het systeem werkt met gestandaardiseerde pakketafmetingen, wat de logistiek moet vereenvoudigen en de compatibiliteit met verschillende internationale drones verzekert. Naast gewone zendingen kunnen de toestellen ook medische buizenpost vervoeren. De grootste drones hebben een laadvermogen tot twaalf kilogram en kunnen afstanden tot vijfhonderd kilometer overbruggen.

Of de technologie in de toekomst ook voor particuliere pakketleveringen zal worden gebruikt, blijft voorlopig onzeker. Volgens de ontwikkelaars is de technologie daar technisch al klaar voor, maar ontbreekt het momenteel nog aan maatschappelijke en regelgevende aanvaarding.