100 jaar geleden, op 20 april 1920, werd de stad Sint-Truiden toegewijd aan het Heilig Hart van Jezus. Op de lambrisering naast het zogenaamde ‘Hemelpoortje’ links vooraan in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, is een herinnering aan deze gebeurtenis aangebracht.

28 april 1920, het was dus kort na de eerste wereldoorlog en na de pandemie van de Spaanse griep die daarop volgde en die wereldwijd meer slachtoffers maakte dan de oorlog. Op dat ogenblik werd de stad Sint-Truiden toegewijd aan het Heilig Hart van Jezus. Het is goed om precies 100 jaar later hier even bij stil te staan. “Want ook in 2020 tijdens de corona-crisis willen wij onze stad toevertrouwen aan Jezus’ barmhartige liefde, aan zijn Heilig Hart”, zegt deken Wim Ceunen.

Het hart is al van oudsher het symbool van het wezen, de ‘ziel’ van de mens. “Want God ziet niet zoals een mens ziet; een mens kijkt naar het uiterlijke, maar de Heer kijkt naar het hart”, krijgt de profeet Samuël te horen in het verhaal over de zalving van de jonge David tot nieuwe koning. En de profeet Ezechiël moet aan de Israëlieten verkondigen dat God hun stenen hart zal vervangen door een nieuw hart. In het Nieuwe Testament wordt van Maria gezegd dat ze de woorden van de engel bewaarde ‘in haar hart’. Jezus zelf drukt zijn volgelingen op het hart zich niet te verliezen in wereldse dingen, maar een schat in de hemel moeten zien te verzamelen: “Want waar uw schat is, zal ook uw hart zijn.” En dat hart moet branden van geloof. “Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons opende?”, vragen de Emmaüsgangers zich luidop af als ze zich realiseren dat ze met de verrezen Heer de tafel hebben gedeeld.
Naarmate het hart in de loop der tijden meer en meer het symbool van de liefde werd, groeide ook de verering voor het Hart van Jezus. Uit die periode dateren ook de bekende prenten en beelden van Jezus met een brandend hart op zijn borst. (bron: Trudo Federatie