Wanneer de stad Sint-Truiden (in de Middeleeuwen ‘Sainturon’) en tal van personages in de 13de-eeuwse ‘Roman de la Rose’ zo lyrisch en zwierig worden voorgesteld, zegt dat veel over het karakter, de verlangens en de capaciteiten van de schrijver die schuilgaat achter het dubbelzinnige pseudoniem Jean Renart. Het gaat immers vrijwel zeker om de Franse edelman Hugues de Pierrepont, die fortuinlijk geboren werd en een grondige intellectuele opvoeding genoot. Als prins-bisschop van Luik zou hij later nog meer macht en aanzien verwerven, tot in Keulen, Reims en zelfs Rome.
- Tekst en foto’s © Eddy Strauven (foto)
- Eddy Strauven is geboren in Sint-Truiden en momenteel coördinator van het filosofiehuis Het zoekend hert in Berchem-Antwerpen. Hij speurt graag in de geschiedenis van Sint-Truiden en komt soms tot verrassende ontdekkingen.
- In beeld bovenaan – De Slag bij Steps, in Montenaken (Gingelom), waarbij de Luikenaars onder leiding van Hugo II van Luik de troepen van de Hertog Hendrik I van Brabant overwonnen. Miniatuur uit de Brabantsche Yeesten, begin 15e eeuw. KBR, ms. IV 684
- In beeld hieronder – De Slag bij Steps, met Hugues de Pierrepont zegevierend te paard, zoals verbeeld in de buitengevel van het Prinsbisschoppelijk paleis in Luik.
Onderzoek toont aan dat de atypische en erotische ridderroman van Jean Renart waarschijnlijk geschreven werd tussen 1208 en 1210, tijdens een uitzonderlijk welvarende, bloeiende en vreedzame periode. Binnen een bepaalde elite, en zeker bij adellijke mannen, bestond er een dubbele seksuele moraal. Van adellijke vrouwen werd in principe een absolute en verfijnde kuisheid verwacht. Uitspattingen bij mannen werden daarentegen vaak gezien als een natuurlijke uiting van mannelijkheid en daarom getolereerd. Ondanks een strenge religieuze leer kwamen seks voor het huwelijk, overspel en prostitutie vrij vaak voor.
Gangulfus
Tijdens riddertoernooien werd door de strijdlustige deelnemers niet alleen om de overwinning gevochten, maar ook om aandacht, om het ‘sjaaltje’ of om de hand van een edele dame — zelfs nog na de officiële strijd. Tegelijkertijd konden erotische escapades leiden tot publieke berispingen of werden er afschrikwekkende, moraliserende verhalen verteld. De legende van Sint-Gangulfus (8ste eeuw) is sterk verbonden met eros en ontrouw. Centraal daarin staat de overspelige vrouw van Gangulfus. Toen hij haar relatie met een priester vermoedde, bewees een wonderbaarlijke bron haar schuld: haar hand en arm raakten volledig verbrand. Gangulfus verbande de twee geliefden, maar werd uiteindelijk door hen vermoord. In Sint-Truiden werd al in de twaalfde eeuw een kerk aan de ongelukkige heilige Gangulfus gewijd, die ook in Jean Renarts ‘Roman de la Rose’ niet kan ontbreken.
Miniatuur van een typisch riddertornooi zoals het dixit de ‘Roman de la Rose ou de Guillaume de Dole’ nabij de stad Sainturon zou hebben plaatsgevonden. Mogelijk waren er historische edities op het domein van Terbiest in Sint-Truiden, daar in de nabijheid van een zogenaamd ‘chastel’.
De roos
De roman kreeg uiteindelijk de titel ‘Guillaume de Dole’, genoemd naar de held van het verhaal, om verwarring te vermijden met de latere, bijna gelijknamige ‘Roman de la Rose’ van Guillaume de Lorris en Jean de Meun. In die laatste, inmiddels bekendere roman staat de roos symbool als abstracte metafoor voor de hoofse liefde, met bijzondere aandacht voor het geliefde meisje en haar maagdelijkheid. De kern van dat verhaal speelt zich af in een allegorische tuin, waarin ook de christelijke God een belangrijke rol speelt. Het contrast met Jean Renarts ‘Roman de la Rose’ is opvallend. Daar behoort de roos tot het fysieke vrouwelijke lichaam. Het gaat om een intrigerende moedervlek op de dij van de uiterst begeerlijke heldin. Door nabijheid en verschuiving verwijst die roos op suggestieve wijze naar de vrouwelijke genitaliën. De roman vertoont een speelse dubbelzinnigheid die sterk contrasteert met de literaire kunst en het denken van die tijd, waarin men juist op zoek ging naar een diepere, metafysische betekenis achter de letterlijke tekst. In de ‘Roman de la Rose ou de Guillaume de Dole’ wordt het wezenlijke bijna voortdurend verhuld door het schijnbaar bijkomstige. Het verhaal verkent thema’s zoals feestelijkheden, krachtmetingen en weddenschappen, liefde, erotische aantrekkingskracht en jaloezie, verraad en ontmaskering, kwetsbare reputaties, en daarnaast ook de aard van literatuur, poëzie en zang. Zo wordt er tegelijk nagedacht over het fictieve karakter van literatuur zelf.
Hoekbeeld van het Prinsbisschoppelijk paleis in Luik, met voorstelling van Hugues de Pierrepont of Hugo II van Luik, vermoedelijke auteur van de ‘Roman de la Rose’, onder het pseudoniem Jean Renart. Met mijter, kromstaf, evangelie en zwaard.
Hugues de Pierrepont, de vermoedelijke auteur, was een moderne prelaat. In 1200 werd hij aangesteld en pas twee jaar later tot priester gewijd. Nadien bouwde hij een stevige reputatie op als ridder die wist hoe hij moest vechten en hoe hij zijn troepen moest leiden: op 13 oktober 1213 versloeg hij, aan het hoofd van de milities van Luik en Hoei, de hertog van Brabant, Hendrik I, tijdens de Slag bij Steps. Tijdens zijn deelname aan het Concilie van Lateranen (11 tot 30 november 1215) verscheen hij de eerste twee dagen in wereldlijke kledij — eerst als graaf, daarna als hertog — en pas op de derde dag in bisschoppelijk gewaad met mijter.
De auteur Jean Renart schrijft als een uitgesproken romanticus en een speelse geest, wat erop wijst dat hij niemand anders kan zijn dan die uitzonderlijke Hugues de Pierrepont. In zijn roman wordt het personage van de bisschop van Luik zelfs opgesplitst in een ‘seigneur’ of ‘graaf’ van precies die gebieden waar hij zijn ‘comitatus’ uitoefende: Dinant, Hoei, Nijvel en Maastricht. De bloeiende stad Sint-Truiden, waarvan Hugues de Pierrepont de macht en uitstraling sterk ambieerde, groeit in deze roman uit tot een aantrekkelijk hoofdpersonage: tegelijk een stijlvolle hofdame, een sensuele volksvrouw en een begeerlijke bestuurlijke bruidsschat.
In beeld
Hieronder: het wapenschild van de Luikse prinsbisschop Hugues de Pierrepont
Hieronder: het grafmonument van Hertog Hendrik I van Brabant, zoals het zich nog altijd bevindt in de Sint-Pieterskerk in Leuven
Hieronder – Aanvankelijk werd gedacht dat de eerste ‘Roman de la Rose’ door een minstreel werd geschreven, zoals deze die hier in een middeleeuwse miniatuur wordt verbeeld
Hieronder – Kruisvaarder Boudewijn IX van Vlaanderen, een van de populairste edellieden, die volgens de ‘Roman de la Rose’ in Sainturon door het volk luidruchtig werd toegejuicht.























Miniatuur van een typisch riddertornooi zoals het dixit de ‘Roman de la Rose ou de Guillaume de Dole’ nabij de stad Sainturon zou hebben plaatsgevonden. Mogelijk waren er historische edities op het domein van Terbiest in Sint-Truiden, daar in de nabijheid van een zogenaamd ‘chastel’. 



