

Fred Bertrand was de zoon van sloten-, kachel- en fietsenmaker Louis Bertrand en Agnes Beurts, geboren in de Brugstraat in Bilzen op 26 mei 1913. Hij trouwde en kreeg vier kinderen, onder wie de latere Limburgse gouverneur, de eerste vrouw van het land op die post, Hilde Houben-Bertrand.
Pa Louis werd zilverlasser voor mijnen in het Genkse in 1927. Fred trok als kind mee naar de mijnen en was eerst helper in garage en promoveerde tot boven- en ondergronds mijnwerker-magazijnier van 1927 tot 1936 in Winterslag en Waterschei. Met andere woorden, Fred was een arbeider pur sang.
Bilzenaar werd Genkie en uiteindelijk Kanarie
Op vraag van pater Anicetus Cools en Gerard Bijnens werd hij lid van de plaatselijke KAJ (Katholieke Arbeidersjeugd) en schopte het tot provinciaal voorzitter in 1933 en vrijgesteld propagandist 1936 op aandringen Mgr. Broeckx. Meteen ook het einde van zijn koolputterscarrière. Hij kreeg ook de kans halftijds les te volgen aan de Genkse handelsschool. Hij was zeer actief betrokken bij de staking van 1936 en werd twee jaar later ACW-propagandist in Sint-Truiden Toen hij trouwde met Barbara Dreezen, ging het koppel ook in Sint-Truiden wonen.
Sociaal bewogen als hij was werd Fred Bertrand opgevorderd in dienst voor behoeftigensteun Sint-Truiden. Ondertussen was hij medestichter van de KWB, de Katholieke Werkliedenbond Limburg in 1942 en na de oorlog maakt zijn carrière binnen de Christelijke Arbeidersbeweging een vlucht. Na de oorlog, in 1945, werd hij aangesteld als Provinciaal Secretaris van de christelijke vakbond ACV-Limburg in 1945 en werd hij voorzitter ACW Limburg (nu verveld tot Beweging.net) van 1965 tot 1978.

Na de Tweede Wereldoorlog engageerde Bertrand zich in de toenmalige CVP: van 1946 tot 1979 als gemeenteraadslid van Sint-Truiden en van 1946 tot 1978 als lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers voor het arrondissement Hasselt. Van 1959 tot 1961 was hij voorzitter van de Vlaamse CVP-vleugel, van 1952 tot 1958 was hij lid van het nationaal comité van de partij en in 1968 werd hij lid van het Bestendig Comité van het overlegorgaan tussen de CVP en de Waalse zusterpartij, de PSC. Hij werd een eerste keer minister van verkeerswezen in de regering Lefèvre (25 april 1961 – 28 juli 1965). In de daaropvolgende regering Harmel (28 juli 1965 tot 19 maart 1966) nam hij de post van minister van volksgezondheid waar. In de regeringen Vanden Boeynants I (19 maart 1966 – 17 juni 1968) en Eyskens V (17 juni 1968 tot 20 januari 1972) was hij opnieuw minister van verkeer.

Naast zijn nationale politieke loopbaan zetelde hij van 1952 tot 1979 in het Europees parlement. Van 9 september 1975 tot 5 mei 1977 zat hij de Christendemocratische fractie voor. Bovendien was hij van 1952 tot 1958 lid van de Gemeenschappelijke Vergadering van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van 1958 tot 1961 en van 1972 tot 1979 lid van het Europees Parlement. Van 1975 tot 1977 was hij er fractievoorzitter van de Europese Volkspartij en van 1975 tot 1979 voorzitter van de Christendemocratische fractie. In de periode december 1971-december 1978 had hij als gevolg van het toen bestaande dubbelmandaat ook zitting in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap, die op 7 december 1971 werd geïnstalleerd en de verre voorloper is van het Vlaams Parlement.

Tijdens zijn politieke loopbaan had Bertrand vooral aandacht voor sociaaleconomische vraagstukken en hij hield zich ook bezig met de Vlaamse problematiek in die sociaaleconomische context. Na de Tweede Wereldoorlog benadrukte hij voortdurend dat het zwaartepunt van de Vlaamse Beweging naar het economische vlak verschoof. In dit verband klaagde Bertrand de financiële regeringssteun aan de Waalse koolmijnen aan. Naar eigen zeggen flirtte Bertrand enkel in zijn jeugd met het Vlaams-nationalisme. Zou dat misschien ook iets met Bilzen te maken gehad hebben? In elk geval was de Volksunie daar lang de leidinggevende partij, en werd het boegbeeld ervan, Johan Sauwens, een geboren Truienaar trouwens, er zelfs minister, voor zijn overstap naar de CVP na het uiteenvallen van de Volksunie in 2001.
De Bertrandtrein
Echt Truiens heeft de Bilzense Truienaar niet gesproken. Net als bij andere Bilzenaren die hun geboorteplaats vroeg verlieten en het tot minister schopten, kon de tongval van Bertrand zijn afko
Een smet op het politieke leven van Fred Bertrand is echter de E40 geweest. Wanneer die in een rechte lijn tussen Tienen en Luik zou lopen, dan moest die zeker in Sint-Truiden passeren, en dan waren alle hedendaagse 
Fred Bertrand overleed in Sint-Truiden op 22 november 1986. In 1988 werd het plein naast de kerk van Bevingen naar hem genoemd: het Fred Bertrandplein. Maar in feite verdient hij meer. Veel meer!






















De volkse benaming van minister Bertrands mannetjes in Brussel en dan vooral de nationale luchthaven Zaventem was ‘De Freddy-boys’…