Het feest verwijst naar een gebruik ten tijde van Jezus Christus. Volgens de joodse wet moest een pasgeboren jongen 40 dagen na de geboorte naar de tempel worden gebracht om aan het volk te worden getoond (meisjes pas na 80 dagen) en te worden opgedragen aan God. De correcte benaming is dan ook ‘Feest van de Opdracht van de Heer’, maar iedereen kent het als Lichtmis. Tel 40 dagen vanaf de geboorte van Jezus, die we vieren op 25 december, en je komt uit op 2 februari.

Wat is het belang van dit feest?
Herkend als Redder door twee diepgelovige mensen, wordt de ware identiteit van dit kind hier opnieuw geopenbaard. Deze keer niet in een stal of open veld zoals toen aan de drie wijzen (feest van de Openbaring, 6 januari), maar wel in de tempel van Jeruzalem, het hart van het jodendom. Die volgorde van openbaring – eerst aan de wereld en daarna pas ‘binnenkerkelijk’ – is niet toevallig. Simeon zegt het trouwens ook goed: dit kind is licht voor allen!

Jezus wordt door Simeon herkend als het Licht dat straalt voor alle volkeren. Dat verklaart al een deel van de naam. En -mis staat vanzelfsprekend voor de misviering. Dat er nog ‘Maria’ aan werd toegevoegd, verwijst naar de mariale invulling van het feest tot aan de hervorming van het Tweede Vaticaans Concilie (zie hieronder bij de historische achtergrond). Niet Maria stond centraal, wel de openbaring van Christus als licht voor alle volkeren. De nieuwe naam luidde voortaan dus: Feest van de Opdracht van de Heer.
De populaire benaming blijft echter koppig hangen, ook in allerlei oude weerspreuken:
- Lichtmis donker, met regen en slijk, maakt de boeren rijk
- Lichtmis donker, de boer een jonker
- Met Lichtmis triestig weer is goed voor boer en heer
Wat is de historische achtergrond van Lichtmis?


Dat wordt op twee manieren verklaard. 2 februari was vroeger één van de twee dagen waarop de plattelandsbevolking van werk of hoeve kon veranderen – de andere dag was 11 november (Sint-Maarten). Dat werd ’s avonds gevierd met een soort haardkoeken, die later evolueerden naar pannenkoeken. De vorm en kleur van de pannenkoeken worden daarnaast gezien als een verwijzing naar de zon en dus naar het licht en dat licht is dus Christus. Die culinaire folklore vind je terug in een oude spreuk: Op Lichtmis is er geen vrouwken zo arm, of zij maakt haar panneken warm.

















