Het Truiense dialect staat net als alle andere Vlaamse dialecten onder druk. De Truiense vereniging ’t Neigemènneke, de chat gpt in het Truiens dialect en tradities zoals straattheater De Bòddelkèèr bloeien echter als nooit tevoren. “Nu maar hopen dat de vonk naar de jongere generaties overslaat”, vertelt bezieler en drijvende kracht André Pictoel in een gesprek op Trudo FM. “Ons dialect verbindt ons met elkaar.”
- Tekst en foto’s © rdc
Het Truiens dialect is springlevend. Dat bewijst André Pictoel, geboren en getogen in Sint-Truiden. Als drijvende kracht achter dialectvereniging ’t Neigemènneke zet hij zich met andere Truienaren al jaren in voor het behoud én de vernieuwing van het lokale taalgebruik. “In het dialect kan je meer gevoel leggen. Het verbindt ons als Truienaren,” zegt hij. De naam van de vereniging verwijst naar een stukje lokale geschiedenis, naar het laatste torentje van de omwalling. Alles werd destijds genadeloos verwoest door Lodewijk XIV, alleen het Neigemènneke, de naam van het torentje, overleefde het geweld. “Omdat de vereniging met 9 man was, was de naamkeuze meer dan passend.”
Diksjónèèr
Een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de vereniging is zonder twijfel de Truiense ‘diksjónèèr’. Dat woordenboek kwam er na jarenlang intensief werk, vaak gepaard met stevige discussies over spelling en betekenis. “Het begon allemaal met een fichebak die we in het publiek wilden brengen. En daar hoorden de nodige discussies bij. Soms ging het over één komma of accent,” lacht Pictoel. “Maar het resultaat is essentieel: wie met taal bezig is, moet ergens op kunnen terugvallen.” Hoewel dialect traditioneel een spreektaal is, wint het ook als schrijftaal terrein. Vooral sociale media spelen daarin een rol. “Mensen drukken zich spontaner uit in dialect dan in stijf Nederlands. Maar dan heb je wel richtlijnen nodig,” klinkt het. “Het woordenboek wordt dan voortdurend aangepast op basis van nieuwe inzichten en suggesties. Daarnaast publiceren we onze bukskes, kleine publicaties met verhalen in het dialect. Waar die vroeger vooral terugblikten op het verleden, brengen ze vandaag ook hedendaagse verhalen over Truienaren. Intussen is er al een twaalfde editie verschenen. Dat ligt te koop in de Standaard Boekhandel in de Brustemstraat (Truiens voor Luikerstraat, red.).”
Toogbabbelaar
Opvallend is ook de blik op de toekomst. Vrijwilligers van ’t Neigemènneke geven lesjes dialect in klassen op aanvraag en recent werkte de vereniging mee aan een digitale toepassing van stadsgenoot Ben Croughs. Die maakte het Truiense dialect toegankelijk via een chatbot, de Toogbabbelaar. “We kunnen niet achterblijven. Dit soort technologie hoort bij deze tijd,” reageert Pictoel. “Het is nog niet perfect, maar het is een eerste stap.” Ook buiten Sint-Truiden blijft Pictoel actief. Via Veldeke Bels(j) Limburg zet hij zich in voor de bredere Limburgse dialectcultuur, onder meer via publicaties en culturele initiatieven. Zo brengt Veldeke Bels(j) een driemaandelijks tijdschrift uit “’t Velleke” en jaarlijks een almanak (jaarkalender) uit met spreuken, zegswijzen en andere leuke uitdrukkingen in de vele talen die Limburg rijk is.
Bòddelkèèr
Met projecten als het openluchttheater de Bòddelkèèr en de jaarlijkse dialectpublicaties blijft het Truiense dialect niet alleen bewaard, maar ook in beweging. Ook in 2026 zullen honderden Truienaren afzakken naar de diverse plekken in openlucht waar het straattheater zal zorgen voor amusement, sketches, liedjes, vertellingen, alles in het Truiens dialect. Later meer daarover.
Beluister de podcast
Benieuwd naar het volledige gesprek met André Pictoel? In de podcast hoor je zijn verhalen in het Truiense dialect, met alle nuance, humor en kleur die daarbij horen. Een podcast die verrast! Luister via deze link en laat je onderdompelen in de rijkdom van het dialect uit Sint-Truiden.






















