De schitterende, vroeg-13de-eeuwse ‘Roman de la Rose’ waarin de stad Sint-Truiden zo feestelijk figureert kreeg als toenaam ‘Guillaume de Dôle’, naar een van de belangrijkste personages. Dit poëtische epos was de allereerste ‘Roman de la Rose’, die bovendien een fantastische machts- en liefdesgeschiedenis verhaalt waarin een roos naar eros en fysieke seksualiteit verwijst. Of hoe Sint-Truiden al in de Middeleeuwen schitterde met thema’s als macht, erotiek en seksualiteit.

  • Tekst en foto’s © Eddy Strauven (foto)
  • Eddy Strauven is geboren in Sint-Truiden en momenteel coördinator van het filosofiehuis Het zoekend hert in Berchem-Antwerpen. Hij speurt graag in de geschiedenis van Sint-Truiden en komt soms tot verrassende ontdekkingen. 

 

  • In beeld bovenaan – Karakteristieke afbeelding uit de codex Manesse (Manessische Handschrift), uit 1310-1320
  • In beeld onderaan – De Bibliotheek van het Vaticaan, waar het unieke handschrift bewaard wordt (MS Regina 1725)

 

In het begin van het verhaal is het een minnezanger die de Duitse keizer Conrad begeestert met poëtische vertellingen over de onoverwinnelijke Franse ridder Guillaume de Dôle, nog meer met toespelingen naar diens edele en gracieuze zus Liénor, de mooiste jonkvrouwe van Frankrijk. Om haar te kunnen inpalmen en tot zijn gade te maken, laat de keizer in de stad Sainturon een grootschalig ridderfeest organiseren waar de fine fleur van de Franse cavalerie en leden van de Duitse adel ten tonele verschijnen. Uiteindelijk worden de amoureuze betrachtingen van de Duitse keizer verstoord door een intrigant die hem komt melden dat Liénor onzedelijk is en geen maagd meer. Dat heerschap beweert dat hij haar minnaar was en dat hij zijn beschuldigingen kan staven door te verwijzen naar de roos die zij op haar dij zou dragen. Gewichtige vraag, zo naar het einde: kan het nu nog tot een keizerlijk huwelijk komen?

Copieuze maaltijden, geestrijk vocht en plaatselijke schoonheden

In Sint-Truiden, stad op de weg van Brugge naar Keulen, verzamelen edellieden van heinde en verre, via Reims, Luik, Mons, Maastricht en het Reinland. Eerst voltrekt zich een feestelijke optocht vanop de markt richting strijdveld. Daar vindt een hoogstaand riddertornooi plaats met steekspel, gevechten en ridderlijke ceremonieën. Drie dagen lang uitbundige feestelijkheden met copieuze maaltijden en geestrijk vocht, dansmuziek en wild vertier waar ook het gewone volk aan deelneemt en de plaatselijke schonen op de ridders indruk maken.

Het dichtwerk van deze ‘Roman de la Rose’ bestaat uit 5.656 verzen in het Oudfrans (langue d’oïl). Daarvan zijn 880 verzen gewijd aan het riddertornooi en de verwante gebeurtenissen in Sainturon. Aan de weelderige verzen zijn ook nog 46 liederen toegevoegd: een mengeling van troubadoursliederen, volksliedjes en een strofe uit het heldendicht ‘Girbert de Metz’. Alles tezamen een literair werk dat tot het culturele werelderfgoed behoort en waarvan slechts één manuscript bestaat, dat wordt bewaard in de Bibliotheek van het Vaticaan, meer bepaald in het fonds van koningin Christina van Zweden.

In beeld – Een Franse editie van de ‘Roman de la Rose. De Guillaume de Dôle’ uit 1893