De rechtbank van Hasselt heeft twee mannen vrijgesproken die terechtstonden voor het uitbaten van een wietplantage in Gingelom. De rechter oordeelde dat een verdachte niet wist dat hij een toelating tot huiszoeking had ondertekend omdat hij nauwelijks Nederlands spreekt. “De politie heeft bij de huiszoeking niet volgens de wettelijke voorschriften had gehandeld, waardoor het verzamelde bewijs ongeldig was.”
In september 2024 stonden politiemensen klaar om het pand binnen te treden. De aanwezige 32-jarige man van Bulgaarse afkomst tekende op hun aangeven een document waarin hij verklaarde toestemming te geven voor een huiszoeking. “Later bleek echter dat de verdachte onvoldoende Nederlands of Engels begreep en vooral Turks begrijpt”, aldus de rechter. “Daardoor kon de betrokkene volgens de rechtbank niet weten wat hij precies ondertekende, en was er geen sprake van vrije en geïnformeerde toestemming.” Nog volgens de rechtbank gaat het hier om een ernstige schending van het recht op een eerlijk proces. “Politie en justitie moeten strikt de procedurele regels naleven om de rechten van burgers te waarborgen.”
Vrijgesproken
De verdachten van 32 en 22 jaar riskeerden celstraffen tot drie jaar. Maar omdat het bewijs onrechtmatig verkregen was, besloot de rechtbank de twee mannen volledig vrij te spreken.
















