Geen “Gebrande Winning” zonder de Bokkenrijders

  • By :
  • Category : Retro
Retro
1

De Truiense bandieten Suske de Poup (uitgesproken als DE POEP) en het Voorvelleke worden in de literatuur afgeschilderd als helden, als Robin Hoods van de 18de eeuw die het geld van de rijken pikten, ofwel als doorwinterde criminelen verguisd, die het gestolen goed voor zichzelf en voor hun bazen bewaarden.

De Hel was een troosteloze achtergestelde wijk in Sint-Truiden waar armoede en criminaliteit hoogtij vierde. Dit ganse gezin woonde er achter de twee eerste vensters, en dan staan de mannen nog niet op de foto!

Het verhaal van beide inwoners van “De Hel”, nu de Gasthuisstraat, zit ingeworteld in de Truiense volksoverlevering. Er werden boeken over geschreven. Hendrik Prijs beschreef hen als vrijheidsstrijders in zijn “Het zwakke Verzet” en historicus Frank Decat zocht de historische waarheid zonder franjes in “Sint-Truiden 1784, criminele histories in een Luikse stad”.

Hendrik Prijs (Sint Truiden 18 maart 1898 – Alken Terkoest 1984) schreef gedichten, theaterstukken, romans en jeugdboeken. Zijn romans liggen in de lijn van de historische streekroman, Zijn meest succesvolle werk is “Het zwakke verzet” uit 1942, dat een aantal herdrukken kende en ook lokaal verfilmd werd.  Van hem stamt het geromantiseerd verhaal van de gangsters uit het boek van Frank Decat, geschiedenisleraar uit Velm in HaspO Centrum die het gegeven benadert vanuit historisch perspectief, ontdaan van franjes en volksverhaaltjes.

Politiek scharnierpunt
Franciscus Martens en zijn kompaan, de Bretoense deserteur Jean-Baptist Petit, leefden in de bewogen laatste decennia van de 18de eeuw, een periode van de clash tussen het Ancien Régime, het oude adellijk en kerkelijk bestuur en absoluut gezag, en de moderne ideeën die de Franse en Luikse Revoluties voedden.

De hoofdrolspelers
Suske De Poup, Franciscus Martens 60 jaar, kreeg zijn bijnaam omdat hij ooit getrouwd was met een “Poep van een vrouw”, die stierf op bedevaart naar Compostella. Hij hertrouwde later met de dievegge Anastasia Kaky. Hij was een strodekker en leemplakker uit de Hel, de volkswijk achter de kerk van Sint-Gangelhof. Petit, de Franse deserteur van 70 jaar, droeg altijd een lederen schortje, en kreeg daarom de bijnaam Het Voorvelleke. “Hij huysde, hoetelde en boddelde met de buurvrouw van Suske en met twee Walen”, lezen we over hem. Het gebruik van bijnamen in plaats van echte familienamen was toen zeer gebruikelijk.

Bokkenrijders
De streek werd geteisterd door de Bokkenrijders, in feite niet meer dan dievenbendes met aan het hoofd vaak “ontwikkelde lieden” die het vuile werk lieten opknappen door arme drommels, die het deden uit armoede en miserie. Ze moesten de eed van de Bokkenrijders afleggen: “Ik zweer God af en de duivel aan, aan wie ik mijn ziek beloof”. De twee Hel-bewoners legden hun eed af op de heide ’t Dekket in Zepperen. Daar werden ook de aanslagen beraamd.

Brandstichting
Op 15 juni 1784 was Het Voorvelleke op bedeltocht. Hij ging ook een aalmoes vragen aan de poort van Nijsken Van Den Hove, maar de zoon van de pachter joeg hem weg met de bedreiging de honden achter hem aan te sturen. Uit wraak besloten Suske de Poup en het Voorvelleke een brandbrief of dreigbrief aan de klink van de poort vast te maken, en als er niet betaald werd, de winning in brand te steken. Wat ze ook deden.

Het was de zoon van Het Voorvelleke die de twee kompanen bij de stadsmagistraat ging aanklagen.

De zware tortuur
Ze werden onderworpen aan de “scherpe examinatie” en gingen na foltering over tot bekentenissen. Hendrik Prijs legt de volgende woorden in de mond van Suske de Poup: “De groote winning stond, lijk de oogst in het veld, van de geweldige hitte der laatste dagen poederdroog en als te wachten op ons vonkje. De twee Walen, het Voorvelleke en ik.”

Ook de vrouw van, Suske de Poup, Anastasia Kaky, werd op de rooster gelegd. Het was een taaie madam. Ze doorstond de eerste tortuur van tenenrek, duimenschroef en Spaanse spanlaarzen. De strappade of de katrol waarmee de beul haar armen achterwaarts optrok deed Kaky eindelijk bekennen: zij had de lonten voor de brandstichting geleverd.

De Duifhuisstraat waar de steen van de brandstichters staat.

Hun einde
Nauwelijke enkele maanden na hun veroordeling, ondergingen Martens en Petit hun straf: de doodstraf. Ze werden terechtgesteld aan het Gebrand Lindeken, richting Zepperen. In stoet ging het van de stad naar de bewuste plek achter het huidige piramidekerkje van Bautershoven (nu de Duifhuisstraat). Iets door de middag werden beiden op twee passen van mekaar aan een balk geketend en in brand gestoken. Volgens het executieverslag zouden ze nog drie tot vier minuten geleefd hebben in het voor. “Maar waren na twee uren slechts en hoopje asse”. We schrijven 8 oktober 1784.

In 1785 wordt Anastasia Kaky ook terechtgesteld: ze werd gewurgd aan de wurgpaal en daarna geroosterd op de Grote Markt. Haar verminkte lijk hing later als afschrikking in een gaffel op de gerechtsplek van de abt, nu op de kruising van de Tramstraat en de Halmaalweg.

De Gebrande Winning, beroemd als bierrestaurant, zelfs in de Guide Michelin.

Gebrande Winning herrezen.
De Gebrande Winning herrees uit haar as. Ze werd heropgebouwd en in de zijgevel, boven een poortje lezen we het jaartal 1785 en de initialen van pachter Nijsken Van Den Hove, V D H, op de sluitsteen.

In de 20ste eeuw brandt het vuur nog steeds in de Gebrande Winning, maar dan in de fornuizen van de kok om de restaurantbezoekers te verwennen met gastronomisch eten. “Deze karakteristieke hoeve, met café bij de ingang, heeft nog niets van zijn oude authenticiteit verloren. In plaats van tegemoet te komen aan voorbijgaande rages en mode, ligt de nadruk vooral op fijne producten, die de chef-kok serveert met sappige sauzen. Hij voegt graag subtiele moderne accenten toe aan Vlaamse recepten. De fantastische bierkaart geeft een laatste bloei aan dit innemende etablissement.”, lezen we in de Michelingids.

Ook Suske de Poep en het Voorvelleke bestaan nog. Op de plek waar ze terechtgesteld werden, liet de rijke Lambert Keyenberg-Baltus de boodschap op hout van 1784 vastleggen in de huidige blauwe steen aan de kant van de Duifhuisstraat.

 

 

1 reactie

Deel jouw reactie met de bezoekers van Truiensnieuws.be

Retro
Ook de Norbertijnen van Averbode waren prominent aanwezig in Sint-Truiden

Refugiehuizen waren steeds een onderdeel van de economische belangen van een abdij in een bepaalde regio, en de aanwezigheid van de norbertijnen of Witheren in onze regio was groot. Ze hadden trouwens twee (en waarschijnlijk meer, maar verdere info was niet vindbaar) parochies ‘in handen’, Kozen en Brustem. Dat de …

Retro
1
Jeruzalem ligt in de Diesterstraat, tegenover de Sint-Gangulfuskerk

Wanneer je de Diesterstraat ‘afloopt’, ‘onderaf’ zoals ze in Sint-Truiden zeggen, dus van de Markt naar het park, dan passeer je op een bepaald ogenblik Jeruzalem, niet het echte of het hemelse maar wel het klooster dat die naam draagt.  De Zusters van het Heilig Graf, in Sint-Truiden zeggen ze …

Retro
De cellebroeders- en -zusters, de pandemiebestrijders uit de geschiedenis

Het verschil tussen een oorlog en een pandemie zoals we vandaag meemaken is hemelsbreed. Oorlog wordt door mensen gemaakt, een pandemie niet. Een oorlog wordt beëindigd als de mensen dat willen, een pandemie niet. Daarom is het fout beiden te vergelijken. Maar er zijn wel duidelijk raakpunten met de pandemieën …

%d bloggers liken dit: