Jan Hendrik Bormans werd op op 17 november 1801 geboren in Sint-Truiden Hij was de zoon van tabakshandelaar en gemeenteonderwijzer Willem Bormans uit Gingelom en Marie Françoise Vandevelde.

Jan-Hendrik was leerling aan het College in Sint-Truiden en studeerde vervolgens klassieke talen in Luik en keerde terug naar Sint-Truiden als docent en principaal van het College Sint-Truiden (1825-1834). In die periode bekommerde hij zich om het moedertaalonderricht. Professor is hij nooit geweest en als die titel hem wordt toegewezen, dan is dat te wijten aan het feit dat alle leerkrachten van een college indertijd ‘professor’ genoemd werden, naar het Franse “professeur”. In 1834 werd Bormans rector van het College Hasselt (1834-1835).

Zoon Stanislas Bormans

Beroemde zoon
Ondertussen was hij ook getrouwd met Maria Esselen uit Kozen en tijdens dat jaar werd ook zijn zoon Stanislas in Hasselt geboren. Die zoon werd even beroemd als zijn vader en werd op zijn beurt doctor in de wijsbegeerte en letteren en was werkzaam als historicus, archivaris en conservator van het rijksarchief in Luik en Namen. Ook was hij hoogleraar aan de Universiteit Luik.

Vervlaamsing in Gent
In 1835 werd Jan Hendrik Bormans hoogleraar Nederlandse en later Griekse letteren aan de Rijksuniversiteit Gent 1835-1837. Daar kwam hij in contact met Gentse flaminganten en groeide zijn interesse voor het Middelnederlands. Hij werd vervolgens hoogleraar klassieke talen aan de Rijksuniversiteit Luik 1837-1865, vanaf 1851 ook Nederlands. Lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten in 1847. Als lid van de Spellingscommissie was hij de promotor voor de eenmaking van de Noord- en Zuid-Nederlandse spelling: eindelijk zou men Nederlands hetzelfde gaan schrijven in Vlaanderen en Nederland.

Het verslag van de Commissie

Vlaamse taalprotestanten waren ronduit tegen
Maar dat was een werk van heel lange adem want de zere tenen die moesten ontweken worden waren talrijker dan de woorden waarvoor men een eenvormige schrijfwijze zocht. In zijn streven naar aansluiting bij de Noord-Nederlandse schrijfwijze wilde hij verdergaan dan andere vooraanstaande commissieleden als Willems en Jan-Baptist David. Maar omdat het schrijven van zijn verslag bijna twee jaar aansleepte, zagen de anti-Hollandse taalprotestanten de kans om zich sterker tegen de voorstellen van de commissie te weren, en dus werd het een initiatief op zeer, zeer lange termijn. Het rapport van Bormans bracht zoveel commotie teweeg, dat men besloot een taalcongres te houden voor Vlaamse letterkundigen om de spellingskwestie te beslechten. 

Literatuurstudie en zelf schrijven
Hij was ook lid van de Commission permanente chargée de la publication des anciens monuments de la littérature flamande die zich 1848 in de taal van Molière boog over de Vlaamse literatuur. Hij schreef zelf ruim 63 boeken en bijdragen over Latijnse taal en letterkunde, over de Oudfranse literatuur en Middelnederlandse letteren. Maar ook de lokale literatuur hield hem bezig. In 1850 publiceerde hij  Het leven van Sint-Christina de Wonderbare en in 1857  Het leven van Sint-Lutgard. In 1857 kondigde hij ook de ontdekking van de Sint-Servatiuslegende van Hendrik van Veldeke aan. We onthouden nog van begin vorige eeuw het onuitgevoerd plan voor Bormansfeesten in Sint-Truiden (1903), vergeefse oproepen voor een straatnaam in 1908 en 1975. 

2005: het Jan-Hendrik Bormanspad
Uiteindelijk werd een padnaam gepland in 2005. Maar ook hier weer: het pad mag er dan wel “gestaan” hebben of “geweest” zijn, maar geen mens weet het liggen. Het zou zich bevinden tussen de Stapelstraat en de Kazernevest waar hij zou geboren zijn en is noch op google noch op de stadsplannen met het blote oog te ontdekken. Verder is er van Jan Hendrik Bormans een koorglasraam Sint-Lutgardiskerk Tongeren als pendant van glasraam Gezelle, met torens van Gent, Tongeren en de abdij van Sint-Truiden uit 1957. Maar in zijn geboortestad Sint-Truiden is er bitter weinig dat herinnert aan deze eminente geleerde, taalkundige, promotor van het Nederlands 200 jaar geleden en veelschrijver de in andere steden al lang vereerd zou zijn geweest met een standbeeld, hoe bescheiden ook! Of is het omdat hij in Luik overleden is op 3 juni 1878? Wedden dat Roger Vanbrabant er nog veel meer vanaf weet.