
Het palmares van deze man is indrukwekkend: advocaat, bankier (oprichter van de Banque de Saint-Trond), provincieraadslid en gedeputeerde, kantonnaal vrederechter, volksvertegenwoordiger, senator en gemeenteraadslid. En burgemeester van Sint-Truiden van 1899 tot 1921. Onder zijn burgemeesterschap werd de vernederlandsing van het bestuur gerealiseerd, werden tramlijnen aangelegd, een slachthuis gebouwd en gezorgd voor waterleiding en riolering.
Maar hij zal de geschiedenis in gaan voor twee gebeurtenissen: de provinciale expo van 1907 in Sint-Truiden en het feit dat de Duitse bezetter hem afzette als burgemeester.
Expo 1907
In 1907 vond in Sint-Truiden de Provinciale Tentoonstelling van Limburg plaats waar het Guldenboek verslag van doet. 1907, dat was zes jaar na de ontdekking van steenkoollagen in Limburg. Dat gebeuren werd aangegrepen om de troeven van Limburg op het vlak van 


De tentoonstelling, in de volksmond beter gekend onder de naam d’exposiziese of de wereldexpositie, dateert uit de tijd toen belangrijke uitvindingen als telefoon, automobiel en grammofoon op wereldtentoonstellingen aan het publiek werden voorgesteld. Maar ook de eerste cinemazaal was er terug te vinden.
De expo was een antwoord op het feit dat Sint-Truiden zijn leidende positie kwijt was geraakt aan Hasselt omstreeks 1860, maar de provinciegouverneur sinds 1894 was een Truienaar, Henri de Pitteurs
Ook prins Albert kwam op bezoek, samen met honderdduizenden ‘speelreizigers’ want het woord toerist was nog niet uitgevonden.

De eerste oorlogsweken van augustus 1914 waren dramatisch voor Sint-Truiden. De burgerwacht (de Garde Civique) nam het op tegen de Duitse patrouilles onder leiding van majoor Paul Cartuyvels, ja zoon van. Sint-Truiden was trouwens de enige stad van Limburg waar de burgerwacht strijd leverde tegen de vijand. Mar die moedige daad moesten ze bekopen want de hele burgerwacht werd naar Duitsland afgevoerd in krijgsgevangenschap voor vele maanden. Het was burgemeester Clement Cartuyvels die de stad via uitstekende diplomatie ervan behoedde niet het lot van andere steden te moeten ondergaan: de totale verwoesting.
Ontzet uit zijn ambt
Op 2 mei 1917 wordt Clement Cartuyvels door de bezetter ‘ontzet uit zijn ambt. De reden? Zijn leeftijd? Meer dan waarschijnlijk een poging om in zoveel mogelijk steden Vlaamsgezinde activisten aan de macht te brengen. In eerste instantie wordt hij opgevolgd door eerste schepen Goffin, doctor genees-, heel- en verloskunde die al in hetzelfde jaar wordt vervangen door een vooraanstaand activist en Truiens gemeenteraadslid dokter-geneesheer Bernard Quintens, lid van de Raad van Vlaanderen. Die 

Clement Cartuyvelsstraat
Hij woonde in een herenhuis in de Capucijnenstraat. Die werd na zijn dood in 1921 omgedoopt tot Clement Cartuyvelsstraat. Later, in de 21ste eeuw, krijgen de Kapucijnen hun straat terug als de Hoge Veser de Kapucijnenvest wordt.
Het herenhuis van Clement Cartuyvels vlak naast de Kapucijnenkerk (nu OCMW) werd de basis van de latere Sint-Annakliniek en is nu een enorme bouwput geworden.



















Even een rechtzetting. Mijn overgrootvader (en ook die van schepen Jo François) Dr. Quintens heette officieel “Jan Bernard” en werd in de omgang Bernard genoemd, niet Jan. Het is dus dr. Bernard Quintens.. Mij vader, Bernard Claes, werd naar hem gennoemd.