België dient het AstraZeneca-vaccin de komende maand enkel nog toe aan 56-plussers, dus niet meer aan mensen die nog geen 66 zijn.. Dat hebben de ministers van Volksgezondheid woensdagavond beslist tijdens een interministeriële conferentie

Het wordt een komedie, die vaccins. Pak nu AstraZeneca. Eerst was het helemaal niet geschikt voor senioren, daarna werd het door gans Europa op België na, verbannen uit de vaccinatiecentra, en nu plots is het enkel nog goed voor … senioren.  Dat de mensen zich vragen stellen, is niet meer dan normaal: weten de wetenschappers wel wat ze willen?

Wat er ook van zij, enkel wie 56 jaar of ouder is, kan de komende vier weken nog het AstraZeneca-vaccin toegediend krijgen. Die beslissing komt er na onderzoek van het risicobeoordelingscomité (PRAC) van het Europees Geneesmiddelenagentschap EMA. Dat concludeerde dat de combinatie van bloedstolsels en een laag aantal bloedplaatjes een bijwerking kan zijn van het AstraZeneca-vaccin, zij het een zeer zeldzame. Maar een advies om het vaccin wel of niet te gebruiken voor de ene of de andere groep, dat kwam er niet.

Het EMA kon nog geen specifieke risicofactoren ontdekken, maar de meeste gevallen van de zeldzame bijwerking deden zich wel voor bij vrouwen jonger dan 60. Verschillende andere Europese landen beslisten de voorbije dagen al om het AstraZeneca-vaccin voor te behouden voor 55- of 60-plussers.

“Dit Belgische besluit zal onze campagne maximaal met twee weken vertragen”, zegt Jan De Maeseneer, professor Huisartsengeneeskunde en lid van de taskforce vaccinatie. “Als we over een maand beslissen om het vaccin weer toe te dienen aan personen onder de 55, dan zal het nog minder zijn. Het verlies is beperkt omdat we voorlopig voornamelijk 55-plussers vaccineren.”

Over mensen die een tweede AstraZeneca-prik nodig hebben, is voorlopig niets besloten. Dat zal wellicht donderdag gebeuren.