Het is vakantie, en er is geen nieuws. Tijd voor uitgekookte politici, of de studiedienst die erachter zit, zij komen dan op de proppen met ideeën waarbij het wiel nog een magere uitvinding is. Dat is al decennia zo en dat verandert niet. Dus waarom doen wij dat ook niet?
Neem nu de démarches die de N-VA onderneemt om met man en macht het probleem van de hoerenkoten op de Luikersteenweg aan te pakken. Zowat elke politicus met naam heeft er zijn gebit aan opgeofferd om er “iets” aan te doen en we vrezen dat de N-VA-kopstukken binnenkort ook richting tandarts kunnen trekken. Nochtans is elk falen van politieke ingrepen te verklaren door één zwaktepunt van hun beleid: men neemt maatregelen maar volgt ze achteraf niet meer op. Zij dronken een glas deden een plas en alles bleef zoals het was.
Gordijnen toe, gordijnen open
In de jaren ’90: gordijnen toe! Groot protest bij de inlandse bordeeluitbaters en het werd op een akkoordje gegooid: geen dames meer in de vitrine in lingerie. We schrijven december 1995, een generatie geleden. “Geen 
Beperken in aantal
Men vindt nog leuke dingen uit: een gedoogzone, een numerus clausus, een verplicht quotum en niets daarvan zorgde voor een zedelijk vertoon. Zelfs uit het brein van Duchâtelet kwam niks dat effectief werkte en gerealiseerd werd: enkel bars tussen de Fuga en de Romeinse weg, gemakkelijke en vooral veilige “look and ride” punten.

Deux ex machina
En nu komt het allernieuwste idee, als een duiveltje uit een doosje: de N-VA wil, als verdediger van de christelijke zeden, “een einde maken aan dit beschamende verhaal”. Met nog maar pas de dienstdoende burgemeesterssjerp omgord, smeden ze al plannen om desnoods de onroerende voorheffing voor bordelen te vertienvoudigen. Wedden dat de Roemeense, Armeense, Oekraïense, Wit-Russische en andere buitenlandse eigenaars daar al even grandioos hun voeten aan vegen met hetzelfde tolerantiebeleid dat deze uitbaters-eigenaars immuun maakt voor wetten en reglementen.

















