
Nooit van gehoord? Je zal zeker niet alleen zijn. Deze vroege bink werd geboren in Sint-Truiden in 1640 en zijn naam wijst op eventueel een Italiaanse afkomst. Maar verder dan zijn geboorteplaats, hebben we nauwelijks biografische gegevens van deze man gevonden. Tenzij zijn voornaam die ook als eens vermeld wordt als Antonio, Anthoen of Antoine met de familienaam Pastorana of Pastoran of nog korter Pastian.


In de hoofdstad behoorde hij tot de gilde van de schrijwerkers en was hij gespecialiseerd in het maken van ebbenhouten meubelen. Hij bracht het tot “schrijnwerker van ’t hoff” voor de Spaanse landvoogd in Brussel en modelleerde de ‘chapelle ardente’ de ruimte om het lichaam op te baren), zowel in het Koudenbergpaleis als in Sint-Goedele voor Karel II van Spanje. Van zijn meubelstukken is er weinig bewaard of ze staan anoniem ergens te pronken. Wat we zeker weten is dat hij het barokke hoogaltaar van de O.L.V.-over-de-Dijlekerk in 1690 op ‘syn Romeyns” ontworpen heeft.
Het waren de Fransen die zijn leven vijf jaar later volledig omgooiden en ervoor zorgden dat deze geboren Truienaar onvergetelijk de kunstgeschiedenis in ging.
Het Franse bombardement op Brussel.
Op woensdag 11 augustus 1695, tijdens de oorlog van Lodewijk XIV met Willem III van Oranje, verschenen de Franse troepen met zeventigduizend man op de hoogten boven Anderlecht, dezelfde troepen die 20 jaar eerder ook de omwallingen van Sint-Truiden opbliezen tijdens de eerste Hollandse oorlog. Van vrijdagavond tot 

Den Sack
Tegen het einde van zijn leven kreeg zijn carrière nog een onverwachte wending. Door het Franse bombardement op Brussel (1695) kreeg hij de kans om het huis Den Sack van zijn ambacht van de timmermannen en tonnenmakers op de Grote Markt herop te bouwen. Hij behield de eerste twee verdiepingen, die nog overeind stonden na de brand. Erbovenop bouwde hij een uitbundige geveltop met gebeeldhouwde vazen, fakkels, schelpen, kariatiden, engelenhoofden, bloemen- en fruitslingers, enz. Een wereldbol met kompas bekroonde het geheel. De sculpturen, die gelijken op versteend houtsnijwerk, werden uitgevoerd door Peter van Dievoet. De naam van Pastorana is vermeld in een cartouche op de gevel.

Nog op de Grote Markt ontwierp Pastorana de misschien wel meest fantasierijke en rijkelijkst versierde gevel, deze van Den Horen (1697). Dit huis van de binnenschippers kreeg het uitzicht van het achterkasteel van een oorlogsschip uit het einde van de 17e eeuw. Hij gebruikte holronde bogen om het smalle gebouw breder te doen lijken.

Pastorana werd ook gevraagd om de westertoren van de Kapellekerk te voorzien van een passende bekroning (1699). De vroegere lantaarnspits was eveneens vernield in het bombardement. Hij liet zijn fantasie de vrije loop en ontwierp een klokvormige torenhelm, bekroond met een peer, sfeer en kruis. Het met leisteen beklede geheel doet denken aan een ebbenhouten buffet.
Kortom, een man in Sint-Truiden onbekend tenzij bij een of andere cultuur-historische freak, gaf gestalte aan het Brussel van vandaag na een bombardement door de Zonnekoning die eerder ook Sint-Truiden onherstelbare schade aanbracht, de omhooggevallen Louis Quatorze, oorzaak van Brusselse schoonheid maar ook van onherstelbare littekens in Sint-Truiden. En Pastorana, die overleed in Brussel in 1702.
















