Sint-Truiden heeft heel wat illustere politici voortgebracht. En van hen was Charles Lambrechts die een CV heeft om “u” tegen te zeggen: hoogleraar, arts, rector aan de universiteit, parlementair in Frankrijk, minister van Justitie, senator en tegenstander van Napoleon. 

Charles Joseph Mathieu Lambrechts (Sint-Truiden 20 november 1753 – Parijs 4 augustus 1825) was een in België geboren advocaat, rector magnificus van de Universiteit van Leuven, die tijdens het Directoire minister van Justitie van de Franse Republiek werd. Later was hij plaatsvervanger van 1819 tot 1824.

Vroege jaren
Charles Joseph Mathieu Lambrechts werd geboren in Sint-Truiden, op 20 november 1753. Zijn vader was Gilles Lambrechts, een kolonel in het leger van de Staten-Generaal der Nederlanden, van Holland dus.  Hij studeerde burgerlijk en kerkelijk recht in Leuven.  Hij studeerde af in 1774, werd hoogleraar in 1777 en arts in 1782. In 1786 werd hij tot rector van de universiteit van Leuven verkozen.  In het jaar 1778 werd hij ingewijd in de Vrijmetselaarsloge La Vraie et Parfaite Harmonie in Bergen (Mons), zoals de meeste professoren in Leuven.
In 1788 belastte de Oostenrijkse keizer Jozef II, die toen in Vlaanderen de plak zwaaide, Lambrechts met het bezoeken van de universiteiten van Duitsland.  Het doel was dat hij een juridische opleiding zou gaan studeren in Duitsland met de belofte dat hij bij zijn terugkeer de leerstoel publiekrecht en internationaal recht in Leuven zou krijgen. De Brabantse Revolutie (januari 1789 – december 1790) verstoorde dit plan. Lambrechts koos de kant van de Oostenrijkse keizer, verliet België en keerde pas terug na het herstel van het keizerlijke gezag. In 1793 vestigde hij zich in Brussel om als advocaat te werken. 

Franse Revolutie
Lambrechts verklaarde zich een aanhanger van de revolutie nadat de Fransen België waren binnengekomen. Toen de Zuidelijke Nederlanden na juni 1794 bij Frankrijk werden gevoegd, deed de Franse bezetter een beroep op Lambrechts. Hij werd lid van het Centraal Bestuur dat over de geannexeerde Zuid-Nederlandse provincies het bestuur waarnam.
Hij werd gemeenteambtenaar in Brussel, lid van de centrale regering en vervolgens voorzitter van de centrale administratie van het departement Dijle . In 1797 benoemde het Franse Directoire, de revolutionaire regering in Parijs, hem om Merlin de Douai te vervangen bij het Ministerie van Justitie. Hij bekleedde deze functie van 3 Vendémiaire VI (24 september 1797) tot 3 Messidor VIII (22 juni 1800).  In januari 1798 definieerde Lambrechts de principes die zouden worden gevolgd in de door de Franse legers bezette gebieden, door te schrijven dat dienstbaarheid gepaard ging met onwetendheid en dat vrijheid alleen kon komen als de mensen verlicht waren. Ze moesten daarom Frans op school leren, zodat ze deugdzame burgers konden worden.
Na de staatsgreep van 18 Brumaire VIII (9 november 1799) toen het Franse consulaat aan de macht kwam, werd Lambrechts lid van de Sénat-conservateur .  Hij werd op 3 Nivôse VIII (24 december 1799) benoemd tot lid van de Senaat. Je ziet dat de Fransen in de periode van de revolutie erg aparte data gebruiken: ze hadden trouwens een andere jaartelling en andere namen van de maanden, de republikeinse kalender die begin op 22 september 1792, de stichting van de eerste Franse republiek.

Tijdens het keizerrijk van Napoleon
Lambrechts sprak zich uit tegen de steeds maar groter wordende macht van Napoleon Bonaparte en was een van de drie senatoren die tegen de vestiging van het keizerrijk stemden.  Desondanks werd hij op 9 Vendémiaire XII (2 oktober 1803) benoemd tot lid van het Legioen van Eer en op 13 mei 1808 tot graaf van het Franse keizerrijk, zoals alle senatoren. In 1814 schreef Lambrechts de preambule van de akte van afzetting van Napoleon en was hij was lid van de commissie die een nieuwe grondwet voor Frankrijk moest voorbereiden. Koning Lodewijk XVIII van Frankrijk weigerde die echter goed te keuren.  Lambrechts weigerde tijdens de Honderd Dagen zijn eed af te leggen aan de keizer.  Hij trok zich tijdens de Honderd Dagen, de periode vanaf Napoleons ontsnapping van Elba en terugkeer naar Frankrijk in februari 1815 tot zijn nederlaag in de Slag bij Waterloo en aftreden als keizer in juni van dat jaar, terug in zijn privéleven en keerde pas in 1819 terug in de politiek, na de tweede Bourbon-restauratie van Lodewijk XIX. 

Tijdens de Bourbon-restauratie
Op 11 september 1819 werd Lambrechts gekozen in de kamer van afgevaardigden. Zijn gezondheid verhinderde hem te verschijnen, behalve in zeldzame gevallen. Lambrechts overleed op 4 augustus 1825. Hij liet een deel van zijn fortuin na aan verschillende liefdadigheidsinstellingen. 

Na een lange en pijnlijke ziekte zag M. Lambrechts op 4 augustus 1823 het einde van zijn lijden; hij blies zijn laatste adem uit in de armen van Charles d’Outrepont, zijn intieme vriend, die hij tot zijn erfgenaam aanstelde. Het was de zoon van deze d’Outrepont die zijn brieven en geschriften publiceerde. Bij een van de clausules van zijn testament schonk Lambrechts een aanzienlijke schenking ten gunste van een instelling die bedoeld was om blinden en protestantse zieken op te vangen. Maar in Sint-Truiden heeft hij niets nagelaten, tenzij een vermelding in de geboorteregisters.

In Frankrijk bestaat de Fondation Lambrechts nog steeds, en werkt niet alleen met jongeren maar ook met bejaarden in de Rue de Fontenay 44 te 92320 Châtillon, op een terrein van 13 552 m² en in gebouwen, gebouwd tussen 1824 en heden.