SINT-TRUIDEN – Na een gerechtelijke procedure die vijf jaar aansleepte en meer dan tien zittingsdagen telde, heeft de ondernemingsrechtbank een uitspraak gedaan in de zaak rond Residentie Platanus aan de Luikersteenweg. De eigenaars van de 25 appartementen, die hun woning jaren geleden moesten verlaten omdat het gebouw onbewoonbaar werd verklaard, krijgen vrijwel volledig gelijk. De toegekende schadevergoeding loopt op tot miljoenen euro’s.
- Foto’s © MH
Residentie Platanus werd ongeveer tien jaar geleden voorgesteld als een vooruitstrevend bouwproject. Het appartementsgebouw, opgetrokken met CLT-platen en SIP-wandpanelen, gold destijds als de hoogste houtmassiefbouw van Europa. De innovatieve bouwtechniek werd gezien als een veelbelovend alternatief voor traditionele betonconstructies. Al kort na de ingebruikname doken echter ernstige gebreken op. Bewoners stelden verzakkingen van terrassen, scheuren in plafonds en doorbuigende parketvloeren vast. Aanvankelijk mochten de terrassen niet langer worden gebruikt, maar in juli 2021 werd het volledige gebouw uiteindelijk onbewoonbaar verklaard. Later onderzoek wees uit dat vochtige CLT-platen tijdens de bouw waren verwerkt, waardoor het hout niet meer kon uitdrogen. Dat leidde tot schimmelvorming, bruinrot en houtaantasting, met gevolgen voor zowel de stabiliteit als de brandveiligheid. Alle 25 gezinnen moesten hun woning verlaten.
Rechtzaak
Na een uitgebreid deskundigenonderzoek, goed voor meer dan 2.000 pagina’s, verscheen de zaak in september 2025 voor de ondernemingsrechtbank. De procedure kende verschillende vertragingen, onder meer door onduidelijkheid over de curator en omdat twee afzonderlijke dossiers eerst moesten worden samengevoegd. Uiteindelijk volgden nog verschillende bijkomende zittingen voordat de rechtbank de zaak in beraad nam. Tijdens het proces draaide de discussie vooral om de vraag wie aansprakelijk was voor de gebreken. De eigenaars stelden de architect, de bouwpromotor en de aannemer van de dakwerken verantwoordelijk. De gerechtsdeskundige erkende wel fouten bij de dakwerken, maar besloot dat die niet aan de basis lagen van de onbewoonbaarheid van het gebouw. De rechtbank volgde die redenering, waardoor de aansprakelijkheid van de dakwerker beperkt blijft.
Schadevergoeding
Voor de eigenaars betekent het vonnis een belangrijke overwinning. De rechtbank kende hen de volledige waarde van hun appartement toe, afhankelijk van de woning goed voor bedragen tussen 250.000 en 450.000 euro. Daarnaast ontvangen zij een bijkomende vergoeding van 40.000 tot 60.000 euro wegens het jarenlang verlies van het gebruik van hun woning. Daarmee wordt nagenoeg de volledige schadeclaim van de bewoners gevolgd, waardoor de verzekeraar met een miljoenenfactuur wordt geconfronteerd.
De uitspraak is evenwel nog niet definitief. De betrokken partijen kunnen nog beslissen om tegen het vonnis in beroep te gaan.
















